ECLI:NL:RVS:2024:2077

Raad van State

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
202305843/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking bezwaar asielaanvraag

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 27 juni 2023 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, welke op 6 september 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Na het instellen van het hoger beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft de vreemdeling het beoogde resultaat bereikt zonder inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat de vreemdeling daardoor onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst de vordering tot proceskostenvergoedingen af, aangezien de staatssecretaris niet aan de vreemdeling tegemoet is gekomen maar enkel het tijdsverloop heeft gevolgd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 mei 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag na het instellen van het beroep alsnog in behandeling is genomen.

Uitspraak

202305843/1/V3.
Datum uitspraak: 21 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind ,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 september 2023 in zaak nr. NL23.18810 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 6 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Igdeli, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.
Overwegingen
1.       Nadat de vreemdeling hoger beroep heeft ingesteld in deze zaak, heeft de staatssecretaris haar asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. De vreemdeling heeft onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep, omdat zij heeft bereikt wat zij met haar hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris haar asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling heeft genomen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1253, onder 2).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hij heeft namelijk als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hij is dus niet aan de vreemdeling tegemoetgekomen (zie de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2).
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2024
873-985