ECLI:NL:RVS:2024:2061
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij griffierechtvrijstelling klacht advocaat
Appellant diende een klacht in tegen een advocaat en verzocht de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant om vrijstelling van het griffierecht van € 50,- dat vereist is om de klacht aan de Raad van Discipline voor te leggen. De deken verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees het verzoek af om het vrijstellingsverzoek door te sturen naar de Raad van Discipline. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de deken verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit van de deken en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant misbruik maakte van het recht om hoger beroep in te stellen, aangezien hij ondanks duidelijke mededelingen van de deken bleef procederen over een onderwerp waarvoor geen rechtsmiddel openstond. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin vergelijkbare verzoeken van appellant waren afgewezen en concludeerde dat appellant wist dat zijn procedure geen kans van slagen had.
De Afdeling verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht. Verder werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat de deken geen kosten aannemelijk had gemaakt en appellant niet werd vertegenwoordigd door een advocaat. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 mei 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van het recht om hoger beroep in te stellen.