ECLI:NL:RVS:2024:2014
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid verblijf en verstrekkingen aan vreemdeling op grond van de Regeling verstrekkingen
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft aanvragen ingediend voor verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Deze aanvragen werden door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) afgewezen omdat de vreemdeling volgens de staatssecretaris geen rechtmatig verblijf had na een eerder besluit van 30 september 2022.
De rechtbank had de besluiten van het COa vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. Het COa stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij de vreemdeling voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het COa terecht heeft gehandeld door zich te baseren op de schriftelijke verklaring van de staatssecretaris omtrent het rechtmatig verblijf van de vreemdeling en dat het COa niet zelfstandig hoefde te beoordelen of de vreemdeling rechtmatig verblijf had. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het COa gegrond en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.