ECLI:NL:RVS:2024:1975
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht woningonttrekking zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan de eigenaren en huurder van een woning een boete en last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de bestemming wonen.
De eigenaren en huurder maakten bezwaar tegen deze besluiten, waarbij het college het bezwaar tegen de boetes niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening en het bezwaar tegen de dwangsommen ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
In hoger beroep betoogden de appellanten dat het bezwaar tegen de boetes wel tijdig was ingediend en dat er geen sprake was van woningonttrekking omdat de bewoners hun hoofdverblijf in de woning hadden. De Raad van State oordeelde dat het bezwaar tegen de boetes te laat was ingediend en niet verschoonbaar, maar dat het college ten onrechte had aangenomen dat sprake was van woningonttrekking zonder vergunning.
De Afdeling vernietigde daarom de besluiten tot last onder dwangsom en herroept deze, bevestigde de boetes en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de rechtbank wordt op dit punt vernietigd en in zoverre vervangen door deze uitspraak.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen, de boetes blijven gehandhaafd, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.