ECLI:NL:RVS:2024:1905
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring zonder uitzicht op uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 3 november 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 15 december 2023 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van uitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €14.600,00 voor de periode van 3 november 2023 tot en met 27 maart 2024. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.750,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €14.600,00 toegekend.