ECLI:NL:RVS:2024:1904
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige bewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 23 november 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep door de vreemdeling op 8 december 2023 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €10.500,00 voor de periode van 23 november 2023 tot en met 6 maart 2024. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.062,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €10.500 toegekend wegens onrechtmatige bewaring.