ECLI:NL:RVS:2024:1818
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omzettingsvergunningen woningen Nijmegen wegens strijd met Huisvestingswet
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen weigerde vergunningen voor het omzetten van zelfstandige woningen aan twee locaties in Nijmegen in onzelfstandige wooneenheden. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde de besluiten. Het college en de eigenaar gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat artikel 12 van Pro de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019, waarop de vergunningplicht was gebaseerd, onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van Pro de Huisvestingswet 2014. Het college had onvoldoende onderbouwd dat de vergunningplicht noodzakelijk en geschikt was voor het bestrijden van schaarste aan goedkope woonruimte. Daarnaast mocht leefbaarheid geen doel zijn van de vergunningplicht. De besluiten van 27 augustus 2019 en 1 mei 2020 worden vernietigd.
De Afdeling wijst het verzoek om een volledige proceskostenvergoeding af, maar kent een schadevergoeding toe voor ten onrechte betaalde leges. De besluitvorming is met het besluit van 1 oktober 2021 afgerond, waarbij het college verklaarde dat voor de panden geen vergunningplicht geldt. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en leges.
Uitkomst: De besluiten van het college van B&W Nijmegen tot weigering van omzettingsvergunningen worden vernietigd wegens strijd met de Huisvestingswet 2014.