ECLI:NL:RVS:2024:1675
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht na intrekking eerdere besluiten
Bij besluiten van 28 februari 2023 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 22 januari 2020. Vervolgens trok de staatssecretaris deze besluiten in op 13 juni 2023 en verleende de vergunningen met ingang van 23 december 2019.
De rechtbank verklaarde op 7 juli 2023 het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat de vergunningen met ingang van 3 oktober 2018 zouden worden verleend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord en het hoger beroep geen nieuwe relevante vragen bevatte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.