ECLI:NL:RVS:2024:1532
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning pleegoma
De vreemdeling, met de Surinaamse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij haar pleegkleinzoon te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af omdat er geen beschermenswaardig familieleven bestond volgens artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de staatssecretaris de vergunning te verlenen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte niet alle relevante feiten had meegewogen, waaronder het BIC-rapport en de reactie daarop, en dat het privéleven van de vreemdeling grotendeels tijdens illegaal verblijf was opgebouwd. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd en dat de belangen van de Nederlandse Staat zwaarder wogen.
Daarnaast was het volgens de Afdeling onjuist dat de rechtbank zelf in de zaak had voorzien door de vergunning toe te kennen, waardoor de staatssecretaris de mogelijkheid ontnomen werd zijn standpunt alsnog te motiveren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen.