ECLI:NL:RVS:2024:1451
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij hoger beroep in bewaringstelling vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 31 december 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de klacht van de vreemdeling over het niet verstrekken van model M122 terecht was en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling aan de staatssecretaris had opgelegd. De Afdeling vernietigde daarom dit deel van de uitspraak van de rechtbank.
De bewaring zelf werd niet onrechtmatig bevonden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, ter hoogte van € 2.625,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak bevestigt daarmee het belang van correcte procesvoering en het recht op vergoeding van proceskosten bij tekortkomingen door bestuursorganen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van beroep en hoger beroep.