ECLI:NL:RVS:2024:1302
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen herzieningsuitspraak rechtbank en afwijzing schadevergoeding
Appellanten hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen een inrichting in Roermond, waarna het college dit verzoek afwees. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank over het niet tijdig beslissen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten deden verzet en verzochten om herziening, welke door de rechtbank werd afgewezen. Hiertegen stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat zij niet bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep omdat de uitspraak van de rechtbank een uitspraak betreft waartegen geen hoger beroep openstaat volgens de Awb. Hierdoor wordt niet inhoudelijk op de gronden van het hoger beroep ingegaan. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de procedure feitelijk is geëindigd bij de uitspraak van de rechtbank en het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
De Afdeling benadrukt dat de overschrijding van de redelijke termijn wel is vastgesteld, maar dat dit niet leidt tot toekenning van schadevergoeding in deze zaak. De beslissing wordt genomen in het belang van rechtsbescherming en rechtseenheid, waarbij de wettelijke beperkingen op hoger beroep worden gerespecteerd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek om schadevergoeding af.