ECLI:NL:RVS:2024:1226
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na beroep ongegrond verklaard
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 16 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 2 februari 2024 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat de staatssecretaris de vreemdeling mag ophouden op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, ook als de vreemdeling bij ophouding geen identificerend document bij zich heeft.
De Afdeling zag geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.