ECLI:NL:RVS:2024:1131
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing en horeca-uitbreiding monumentale woning te Deurningen
Het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland verleende op 31 maart 2020 een omgevingsvergunning voor het intern verbouwen van een gemeentelijk monument en het gebruik van het perceel voor horeca, inclusief een terras. Deze vergunning werd aangevochten door een omwonende, appellante, die bezwaar maakte tegen de vergunning en het besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep beoordeeld of het college bevoegd was de vergunning te verlenen, of de procedure correct was gevolgd, en of het besluit in overeenstemming is met het recht, met name de goede ruimtelijke ordening. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend, zodat de oude Wabo van toepassing is. De vergunning betrof het bouwen en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan, waarvoor het college op grond van artikel 2.12 Wabo bevoegd was een vergunning te verlenen.
Appellante stelde onder meer dat de reguliere procedure ten onrechte was toegepast, dat de stikstofuitstoot onvoldoende was beoordeeld, en dat het bouwplan niet in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening vanwege geluidsoverlast en verkeershinder. De Afdeling verwierp deze gronden, onder meer omdat nieuwe beroepsgronden in hoger beroep niet toelaatbaar zijn, het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb correct werd toegepast, en het akoestisch onderzoek voldoende was. Ook andere bezwaren werden niet aannemelijk gemaakt. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.