Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, verweerder,
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2], te Deurningen.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland om een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van een horecagelegenheid in Deurningen. De vergunning maakt het mogelijk een gemeentelijk monument te verbouwen tot een ijssalon, indoor-speelruimte en kleinschalig eetgedeelte met terras, ondanks strijd met het bestemmingsplan.
Eiseres voerde onder meer aan dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening vanwege geluidsoverlast, dat een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming had moeten plaatsvinden, dat geen onderzoek naar beschermde diersoorten was gedaan, dat een advies op grond van de Wet Bibob had moeten worden gevraagd, en dat best beschikbare technieken hadden moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat het akoestisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geluidbelasting binnen de toegestane normen bleef. De afstand tot Natura 2000-gebieden en de beperkte omvang van het project maakten een passende beoordeling niet noodzakelijk. Ook was geen aanleiding voor een Bibob-onderzoek of toepassing van best beschikbare technieken.
Verder wees de rechtbank erop dat de Wet natuurbescherming niet strekt tot bescherming van de individuele belangen van eiseres bij het behoud van haar directe leefomgeving in relatie tot de Natura 2000-gebieden. De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en de proceskostenvergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de horeca-uitbreiding wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.