ECLI:NL:RVS:2023:780
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 oktober 2019 de aanvraag van de vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakten de vreemdelingen bezwaar, dat op 25 november 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdelingen ongegrond in haar uitspraak van 9 december 2021.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf om het vonnis van de rechtbank te vernietigen, mede omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarnaast werd verwezen naar een eerdere uitspraak van dezelfde Afdeling waarin een vergelijkbare rechtsvraag werd beantwoord over de toepassing van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris niet in strijd handelde met de beginselen van rechtszekerheid en gelijkheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.