ECLI:NL:RVS:2023:560
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit de voorlopige voorziening toe te kennen. Hierdoor hoeft de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.