ECLI:NL:RVS:2023:4735
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 21 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit per 4 september 2023 voor de vreemdeling eindigt. De vreemdeling, behorend tot de groep derdelanders die uit Oekraïne zijn gevlucht maar niet de Oekraïense nationaliteit bezitten, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Deze verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening indiende.
De voorzieningenrechter overwoog dat in een eerdere zaak een voorlopige voorziening was toegekend aan een andere derdelander uit Oekraïne, waarna de staatssecretaris heeft meegedeeld dat deze groep vreemdelingen in Nederland mag blijven totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een eindoordeel geeft. Gezien deze mededeling en de status van de vreemdeling in kwestie, achtte de voorzieningenrechter het niet nodig om een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Van Gastel op 20 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt niet langer behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming geldt.