ECLI:NL:RVS:2023:4580
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen bemiddelingsvoorwaarden urgentieverklaring Amsterdam
Appellant, die sinds maart 2023 dakloos is na het verlaten van zijn woning, heeft een urgentieverklaring op medische gronden aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze verleend met bemiddelingsvoorwaarden die appellant niet accepteert, omdat hij als klein gezin wil worden aangemerkt en een woning in Amsterdam-Oost wil vanwege zijn medische situatie en zorg voor zijn dochter.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het college ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de dochter haar hoofdverblijf bij haar moeder heeft en appellant daarom als éénpersoonshuishouden wordt beschouwd. De Raad van State bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het beleid van Amsterdam niet onredelijk is gezien de schaarste aan sociale huurwoningen.
Verder oordeelt de Raad dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn medische situatie zodanig is verslechterd dat het zoekgebied moet worden beperkt tot Amsterdam-Oost. Een verklaring van de huisarts is onvoldoende om een uitzondering op het beleid te rechtvaardigen. Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.