ECLI:NL:RVS:2023:4464

Raad van State

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
202303310/5/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening: behandeling vreemdeling als minderjarige tijdens hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 12 december 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling verleend. De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit, waarbij de rechtbank op 17 mei 2023 het besluit deels vernietigde vanwege een onjuiste geboortedatum en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De staatssecretaris ging in hoger beroep, terwijl de vreemdeling voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde. Diverse verzoeken om voorlopige voorzieningen werden eerder afgewezen, maar na een uitspraak op 14 augustus 2023 werd de staatssecretaris gedwongen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen, wat op 25 augustus 2023 gebeurde.

De vreemdeling verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening om als minderjarige behandeld te worden totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter vond nader onderzoek nodig voor de inhoudelijke beoordeling, maar achtte de belangen van de vreemdeling voldoende voor het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €837,00.

Uitkomst: De staatssecretaris moet de vreemdeling voorlopig als minderjarige behandelen en proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202303310/5/V3.
Datum uitspraak: 1 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 17 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarbij is uitgegaan van de geboortedatum 17 januari 2000 en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraken van 22 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2433, en 31 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2914, heeft de voorzieningenrechter verzoeken van de vreemdeling om een voorlopige voorziening afgewezen.
Bij uitspraak van 14 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3100, heeft de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, de staatssecretaris opgedragen om binnen twee weken na verzending een besluit te nemen en bepaald dat hij een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee hij die termijn overschrijdt.
Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag genomen, voor zover dat ziet op de geboortedatum.
De vreemdeling heeft bij de Afdeling beroepsgronden ingediend tegen het besluit van 25 augustus 2023.
Ook heeft hij de voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht om de staatssecretaris op te dragen hem te behandelen als minderjarige, totdat op het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist.
2.       De beoordeling van de grief vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die de vreemdeling naar voren heeft gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris de vreemdeling moet behandelen als minderjarige, totdat op het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023
962