ECLI:NL:RVS:2023:4386

Raad van State

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
202103994/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awbartikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris

Bij besluiten van 11 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen, niet-ontvankelijk verklaard dan wel afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juni 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde.

De vreemdelingen zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich onder meer op rechtsvragen die reeds in eerdere uitspraken zijn beantwoord, waaronder de algemene veiligheidssituatie in Libië.

De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel wordt bevestigd.

Uitspraak

202103994/1/V1.
Datum uitspraak: 28 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdelingen] en [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 juni 2021 in zaken nrs. NL21.7632 en NL21.7634 in het geding tussen:
de vreemdelingen, vreemdeling 1 en vreemdeling 2
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 11 mei 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en aanvragen van vreemdeling 1 en vreemdeling 2 om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 juni 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen, vreemdeling 1 en vreemdeling 2 ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vreemdeling 1 en vreemdeling 2, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Flantua, advocaat te Amersfoort, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3278, onder 6 en 6.1, over de algemene veiligheidssituatie in Libië). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W. de Lange, griffier.
w.g. Baldinger
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Lange
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2023
999