ECLI:NL:RVS:2023:4279
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 juli 2019 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden wegens deelname aan een terroristische organisatie in Syrië, en zit deze straf momenteel uit.
De vreemdeling heeft tegen het besluit beroep ingesteld, dat door de rechtbank Den Haag op 28 september 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft hij hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit op te schorten, zodat hij weer rechtmatig verblijf zou hebben. Dit zou gevolgen hebben voor zijn strafrechtelijke detentie en de mogelijkheid tot voorwaardelijke invrijheidstelling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en gelet op de belangen van beide partijen geconcludeerd dat geen voorlopige voorziening wordt getroffen. Het verzoek wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.