ECLI:NL:RVS:2023:4278
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ondanks beroep op artikel 8 EVRM
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 maart 2021 is afgewezen. Ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat op grond van artikel 8 van Pro het EVRM een verblijfsvergunning zou moeten worden toegekend.
De Raad van State overweegt dat hoewel de klacht over de toepassing van artikel 8 EVRM Pro terecht is, dit niet leidt tot vernietiging van de uitspraak. Dit omdat het privéleven van de vreemdeling in Nederland is opgebouwd tijdens een periode van onrechtmatig verblijf en hij zich bewust was van zijn onzeker verblijfsstatus. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen leiden tot een verblijfsrechtelijke bescherming, waarvan hier geen sprake is.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De beslissing is genomen zonder verdere motivering omdat er geen vragen zijn die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.