ECLI:NL:RBDHA:2025:7101
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk ondanks familieleven en privéleven
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier met als doel 'humanitair niet tijdelijk'. Deze aanvraag werd door de minister afgewezen omdat eiseres niet in het bezit was van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres voerde aan dat zij een beschermenswaardig privé- en gezinsleven heeft in Nederland met haar partner, waardoor vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten gelden op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat eiseres wel procesbelang heeft, ondanks dat zij asiel heeft aangevraagd in Oostenrijk, omdat zij heeft aangegeven terug te willen keren naar Nederland. De rechtbank erkende het familieleven en privéleven tussen eiseres en haar partner, maar oordeelde dat het privéleven niet zodanig was opgebouwd dat het een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigt. De minister had terecht meegewogen dat eiseres slechts een beperkt sociaal netwerk had, geen eigen inkomen kon aantonen en een langdurige terugkeer naar Marokko had gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging van de minister zorgvuldig was en dat het economisch belang van de Nederlandse Staat zwaarwegend is. De relatie tussen eiseres en haar partner werd als pril beoordeeld, en het feit dat eiseres niet had aangetoond dat zij of haar partner voldoende middelen van bestaan hebben, woog in haar nadeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning humanitair niet tijdelijk wordt ongegrond verklaard en het mvv-vereiste blijft van toepassing.