ECLI:NL:RVS:2023:4155
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake inzage persoonsgegevens FIOD onder AVG en Wet politiegegevens
Appellant verzocht inzage in persoonsgegevens die door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) zijn verwerkt. De minister van Financiën stelde dat er geen persoonsgegevens worden verwerkt waarop de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing is, maar wel persoonsgegevens waarop de Wet politiegegevens van toepassing is. Appellant kreeg inzage in politiegegevens, maar betoogde dat hem ten onrechte inzage in AVG-gegevens werd onthouden.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens die de FIOD verwerkt politiegegevens zijn, ook wanneer deze worden gedeeld met derden, en dat deze niet onder de AVG vallen. Appellant stelde dat gedeelde politiegegevens geen politiegegevens meer zijn, maar dat betoog werd verworpen. Ook het verzoek om een dwangsom werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen aannemelijk bewijs had geleverd dat er AVG-gegevens worden verwerkt door de FIOD. Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer twee maanden, welke geheel aan de rechtbank toe te rekenen is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.