ECLI:NL:RVS:2023:4052
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van rechtswege verleende omgevingsvergunning en verplichting tot bekendmaking door college Leeuwarden
Appellant, eigenaar van een perceel met bedrijfsgebouw in Leeuwarden, gebruikte de eerste verdieping als bedrijfswoning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Hij stuurde op 25 februari 2021 een brief aan het college waarin hij verzocht om een omgevingsvergunning voor het bewonen van die verdieping. Het college besloot niet tijdig op deze aanvraag, waardoor volgens de wet de vergunning van rechtswege werd verleend.
De rechtbank oordeelde dat de brief geen aanvraag was, maar de Raad van State stelt vast dat de brief wel voldoet aan de eisen van een aanvraag zoals bedoeld in de Awb, omdat het een zelfstandig stuk is met een concreet verzoek. Het college had dus binnen acht weken moeten beslissen en de vergunning bekend moeten maken.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en draagt het college op binnen twee weken de vergunning van rechtswege bekend te maken. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en draagt het college op de omgevingsvergunning van rechtswege bekend te maken.