ECLI:NL:RVS:2023:3851
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht wegens gevaar voor openbare orde ondanks langdurig verblijf
De zaak betreft een Turkse vreemdeling die sinds 3 mei 1976 rechtmatig in Nederland verblijft en rechten ontleent aan artikel 6 van Pro Besluit nr. 1/80. De staatssecretaris heeft zijn verblijfsrecht beëindigd op grond van een gevaar voor de openbare orde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een eerdere verwijzingsuitspraak prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. Het Hof heeft deze vragen beantwoord, waarna de Afdeling de behandeling van het hoger beroep heeft voortgezet.
De vreemdeling betoogde dat de aanscherping van de glijdende schaal voor intrekking van verblijfsvergunningen niet op hem van toepassing is vanwege de standstill-bepaling in artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80. De Afdeling oordeelde echter dat deze aanscherping gerechtvaardigd is uit hoofde van de openbare orde en dat de vreemdeling zich niet met succes hiertegen kan verzetten.
Verder faalden de klachten van de vreemdeling dat hij geen actuele bedreiging vormt en dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onjuist was. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de beëindiging van het verblijfsrecht gerechtvaardigd is. Hoewel het hoger beroep ongegrond is verklaard, wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten vanwege de principiële bijdrage van de vreemdeling aan de prejudiciële procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht van de vreemdeling wordt beëindigd wegens een actuele bedreiging van de openbare orde.