ECLI:NL:RVS:2023:3838
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitblijven bekendmaking omgevingsvergunning
Appellant diende op 3 mei 2021 een conceptaanvraag in voor de bouw van een woning met garage op een perceel te Langweer. Na twee negatieve welstandsadviezen stuurde appellant op 1 juli 2021 een brief waarin hij verzocht om afwijking van het welstandsadvies en vergunning voor een woning zonder garage. Het college beschouwde deze brief als een aanvulling op het vooroverleg en niet als een zelfstandige aanvraag. Appellant stelde dat de brief wel een nieuwe aanvraag was, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van bekendmaking van een vergunning niet-ontvankelijk.
Het college maakte op 9 maart 2022 bekend dat de vergunning van rechtswege was verleend, maar herroept deze op 4 oktober 2022 na gegrond verklaarde bezwaren van omwonenden. Appellant stelde dat de brief van 1 juli 2021 wel degelijk een aanvraag was en dat het college zich aan haar eerdere standpunt moest houden. De Afdeling oordeelt dat de brief geen zelfstandige, evidente aanvraag is en dat het college bevoegd was terug te komen op haar eerdere standpunt in de bezwaarprocedure.
De Afdeling verklaart het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank en het beroep tegen het herroepingsbesluit ongegrond. Er is geen omgevingsvergunning van rechtswege tot stand gekomen. Appellant wordt geadviseerd een nieuwe aanvraag in te dienen. Het college staat positief tegenover verdere samenwerking voor een passend bouwplan.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is verleend en verklaart het hoger beroep en beroep tegen herroeping ongegrond.