ECLI:NL:RVS:2023:3824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens niet tijdig overnameverzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam bij besluit van 17 mei 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 juli 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling terecht stelde dat een loopbrief als bewijs geldt dat om internationale bescherming is verzocht volgens artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening. Dit impliceert dat het overnameverzoek niet tijdig was ingediend, waardoor het besluit van de staatssecretaris onjuist was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 mei 2023, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.511,00 die verband houden met de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 17 mei 2023 om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.