ECLI:NL:RVS:2023:3823
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige voorziening in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvankelijk niet in behandeling werd genomen. Dit besluit werd later ingetrokken, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening die de uitvoering van de rechtbankuitspraak opschortte. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees dit verzoek toe, waardoor de staatssecretaris niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep was beslist.
De vreemdeling stelde vervolgens een verzoek in om deze voorlopige voorziening op te heffen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de voorlopige voorziening vervalt zodra de bestuursrechter op het hoger beroep heeft beslist. Nu de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist, is de voorlopige voorziening komen te vervallen en heeft de vreemdeling geen belang meer bij opheffing ervan.
Daarom werd het verzoek van de vreemdeling afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 17 oktober 2023.
Uitkomst: Het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze is komen te vervallen na uitspraak op het hoger beroep.