ECLI:NL:RVS:2023:3823

Raad van State

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
17 oktober 2023
Zaaknummer
202304154/3/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:85 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing voorlopige voorziening in asielprocedure

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvankelijk niet in behandeling werd genomen. Dit besluit werd later ingetrokken, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening die de uitvoering van de rechtbankuitspraak opschortte. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees dit verzoek toe, waardoor de staatssecretaris niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep was beslist.

De vreemdeling stelde vervolgens een verzoek in om deze voorlopige voorziening op te heffen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de voorlopige voorziening vervalt zodra de bestuursrechter op het hoger beroep heeft beslist. Nu de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist, is de voorlopige voorziening komen te vervallen en heeft de vreemdeling geen belang meer bij opheffing ervan.

Daarom werd het verzoek van de vreemdeling afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 17 oktober 2023.

Uitkomst: Het verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze is komen te vervallen na uitspraak op het hoger beroep.

Uitspraak

202304154/3/V1.
Datum uitspraak: 17 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om opheffing van de bij uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, getroffen voorlopige voorziening (artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, hangende de hoger beroepen van:
[de vreemdeling]
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 juni 2023 in zaak nr. NL23.11676 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 17 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij brief van 3 mei 2023 heeft de staatssecretaris dat besluit ingetrokken.
Bij uitspraak van 7 juni 2023 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het ingetrokken besluit van 17 april 2023 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen de vreemdeling op te nemen in de nationale asielprocedure.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven, incidenteel hoger beroep ingesteld en verzocht de voorlopige voorziening op te heffen.
Overwegingen
1.       Ingevolge artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb vervalt de voorlopige voorziening in ieder geval zodra de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. De bij de uitspraak van 11 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2654, getroffen voorlopige voorziening is daarmee vervallen. De vreemdeling heeft daarom geen belang meer bij inhoudelijke beoordeling van zijn verzoek om opheffing van die voorlopige voorziening.
2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2023
941