ECLI:NL:RVS:2023:378
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onjuiste toepassing identiteitswijzigingsbeleid
Appellant, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende een verzoek in tot naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant zijn geboortedatum in de Basisregistratie Personen had gewijzigd, waardoor de termijn van vijf jaar toelating en hoofdverblijf opnieuw zou zijn gaan lopen. Dit beleid, afkomstig uit een werkinstructie bedoeld voor Ranov-vergunninghouders, werd ook toegepast op appellant die een verblijfsvergunning asiel had.
De rechtbank oordeelde dat deze toepassing een vaste gedragslijn van de staatssecretaris was en redelijk kon worden toegepast. Appellant stelde dat deze toepassing onrechtmatig was omdat de werkinstructie niet voor zijn situatie gold en het beleid niet als vaste gedragslijn was vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid inderdaad een vaste gedragslijn vormde, maar dat deze niet binnen de kaders van de Rijkswet op het Nederlanderschap paste. De termijn van vijf jaar toelating en hoofdverblijf mag niet opnieuw beginnen te lopen door een identiteitswijziging, tenzij dit specifiek geregeld is, zoals bij Ranov-vergunninghouders. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en stelde appellant in het gelijk, met de verplichting voor de staatssecretaris om appellant voor te dragen voor naturalisatie en proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot naturalisatie wordt toegewezen en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd.