ECLI:NL:RVS:2023:3661
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na toegangsweigering conform Vreemdelingenwet 2000
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 21 juni 2023 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 augustus 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat deze was opgelegd na een toegangsweigering, wat volgens hem niet mogelijk zou zijn op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Raad van State overwoog dat de wet noch het systeem ervan een dergelijke beperking bevat en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.