Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 21 juni 2023 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat de maatregel op een onjuiste grondslag was gebaseerd en dat onvoldoende gronden aanwezig waren voor de bewaring. Tevens stelde hij dat niet was voldaan aan de motiveringsplicht omtrent het lichter middel.
De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van de toegangsweigering op 20 juni 2023 reeds in vreemdelingenbewaring verbleef en dat de tijdstippen van het gehoor en de inbewaringstelling identiek waren, wat op zichzelf geen onrechtmatigheid opleverde. De gronden 3g en 4e werden door verweerder niet langer aan de maatregel ten grondslag gelegd, maar de overige gronden waren voldoende.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder mocht aannemen dat eiser ten tijde van de inbewaringstelling geen woning of werk had, zodat een nadere motivering over het lichter middel niet noodzakelijk was. De voortvarendheid van de uitzettingsprocedure werd bevestigd door de tijdige aanvraag van een laissez passer bij de Marokkaanse autoriteiten.
Gelet op deze feiten en de ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.