ECLI:NL:RVS:2023:3418
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 maart 2023 de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen, mede namens hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 augustus 2023 de beroepen ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens is een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen.
Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat nadere motivering achterwege blijft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.