ECLI:NL:RVS:2023:3187
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling wegens tijdstip terugkeerbesluit
Op 10 november 2021 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring en nam tegelijkertijd een terugkeerbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat het terugkeerbesluit niet voorafgaand aan de bewaring was genomen, waardoor de maatregel onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het proces-verbaal van bevindingen niet had betrokken, waaruit bleek dat het terugkeerbesluit wel degelijk voorafgaand aan de bewaring aan de vreemdeling was uitgereikt, ondanks dat het digitaal pas later was ondertekend. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had op het moment van bewaring en dat de staatssecretaris terecht twee gronden aan de bewaring ten grondslag had gelegd. Ook was het niet onredelijk dat geen lichter middel werd toegepast gezien de medische situatie van de vreemdeling.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, maar verklaarde het beroep zelf ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is rechtmatig, het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.