ECLI:NL:RVS:2023:2955
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor walkast bij illegale woonboot in Groene Hart
De appellant, wonend op een woonboot aan de [locatie] te Amsterdam, verzocht om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een walkast op een steiger om de woonboot aan nutsvoorzieningen te koppelen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde deze vergunning omdat de woonboot niet over een ligplaatsvergunning beschikt en het bestemmingsplan het plaatsen van een walkast in het gebied, dat deel uitmaakt van het Groene Hart en de Rijksbufferzone, niet toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woonboot niet gelijkgesteld kan worden met een bouwwerk waarvoor een vergunning is verleend, omdat niet aan de voorwaarden van artikel 8.2a Wabo is voldaan. De ontheffing van het waterschap ziet slechts op verplaatsing van een recreatieschip en betekent geen planologische legalisatie.
Verder was er geen sprake van een onevenredige belangenafweging; het belang van appellant bij nutsvoorzieningen weegt niet zwaarder dan de bescherming van het landschap en het handhaven van het bestemmingsplan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de situatie van een nabijgelegen woonboot die al decennia geleden een walkast kreeg en later werd gelegaliseerd niet vergelijkbaar is.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een walkast bij een illegale woonboot.