ECLI:NL:RVS:2023:2918
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet toewijzen proceskosten bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 5 november 2022 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de overschrijding van de ophoudingstermijn met vijftien minuten niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangen van de maatregel zwaarder wogen dan het relatief geringe gebrek. Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt.
De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze de proceskostenvergoeding betrof. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van in totaal € 2.511,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de proceskostenvergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.