ECLI:NL:RVS:2023:2567
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek advocaat voor afwijkende vergoeding in Bopz-cassatiezaken bevestigd
Een advocaat verzocht de raad voor rechtsbijstand om een afwijkende, hogere vergoeding voor rechtsbijstand in cassatiezaken onder de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De raad wees dit verzoek in 2018 af en verklaarde het bezwaar in 2019 ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in 2020. De advocaat stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de raad pas in 2021 beleidsregels voor dergelijke vergoedingenarrangementen had vastgesteld en dat het niet verplicht was deze met terugwerkende kracht toe te passen. De advocaat voerde aan dat de afwijzing in strijd was met artikel 5 EVRM Pro, omdat hierdoor psychiatrische patiënten mogelijk geen advocaat konden krijgen, maar de Afdeling verwierp dit betoog op grond van eerdere jurisprudentie.
Omdat het besluit van 2019 was vervangen door een nader besluit waarin alsnog een vergoedingenarrangement was gesloten, verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nader besluit ongegrond. De raad hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nader besluit ongegrond.