ECLI:NL:RVS:2017:2105
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding rechtsbijstand in Bopz-cassatiezaken en toepassing Bvr 2000
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen besluiten van de raad voor rechtsbijstand over de vaststelling van vergoedingen voor verleende rechtsbijstand in cassatieprocedures over de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De raad had vergoedingen vastgesteld op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000), waarbij Bopz-zaken werden aangemerkt als strafzaken en zes punten werden toegekend voor cassatieprocedures. De advocaat betoogde dat Bopz-cassatiezaken civielrechtelijk zijn en daarom vijftien punten zouden moeten krijgen, en dat de vergoeding niet in verhouding stond tot de geleverde rechtsbijstand.
De Afdeling overwoog dat het Bvr 2000 Bopz-zaken als strafzaken aanmerkt en dat de raad terecht zes punten toekende. Wel werd geoordeeld dat voor een zaak die meervoudig in eerste aanleg werd behandeld en waarbij advies werd gegeven over cassatie, vijf punten (50% van tien) moesten worden toegekend in plaats van drie. De Afdeling vernietigde het besluit over deze vergoeding en stelde de vergoeding vast op €619,47.
Verder oordeelde de Afdeling dat het evenredigheidsbeginsel en het EVRM geen aanleiding geven om het Bvr 2000 buiten toepassing te laten. Het beroep tegen de overige besluiten werd ongegrond verklaard. De advocaat kreeg tevens vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De vergoeding voor rechtsbijstand in Bopz-cassatiezaken wordt vastgesteld op basis van vijf punten, met vernietiging van het eerdere besluit.