ECLI:NL:RVS:2023:2306
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ingetrokken besluit asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de staatssecretaris het eerdere besluit ingetrokken en de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken.
De vreemdeling zag geen reden om het hoger beroep in te trekken en verzocht om vergoeding van proceskosten. De Raad van State oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling, nu zijn doel is bereikt.
Daarnaast is geoordeeld dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden, conform eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat vergoeding niet verplicht is wanneer een aanvraag alsnog wordt behandeld vanwege tijdsverloop.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.