ECLI:NL:RVS:2023:2276
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking besluit asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de staatssecretaris het oorspronkelijke besluit ingetrokken en aangegeven de asielaanvraag alsnog te zullen behandelen, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken.
De vreemdeling zag geen reden om het hoger beroep in te trekken en verzocht om veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling, nu het beoogde resultaat is bereikt.
Daarnaast werd verwezen naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de staatssecretaris in dergelijke gevallen niet verplicht is proceskosten te vergoeden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.