ECLI:NL:RVS:2023:2045
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking verblijfsvergunningen asiel wegens niet-tijdig beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had in januari 2020 besluiten genomen tot intrekking van de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen die sinds 2015 in Algerije verbleven en uitgeschreven waren uit de Basisregistratie personen. De rechtbank Den Haag had deze beroepen gegrond verklaard en de intrekkingsbesluiten vernietigd omdat zij oordeelde dat de besluiten niet op de juiste wijze waren bekendgemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de besluiten wel correct waren aangetekend naar de laatst bekende adressen van de vreemdelingen, conform het geldende beleid en wettelijke bepalingen. De vreemdelingen hadden nagelaten hun adreswijziging te melden en waren niet gerechtvaardigd in hun beroep dat zij niet tijdig op de hoogte waren.
De Afdeling stelde vast dat de beroepstermijn van vier weken na bekendmaking was verstreken toen de vreemdelingen hun beroep op 18 mei 2020 indienden. De overschrijding werd niet als verschoonbaar beoordeeld. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard. De eerdere uitspraak en tussenuitspraak van de rechtbank werden vernietigd en de beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de intrekking van hun verblijfsvergunningen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.