ECLI:NL:RVS:2015:506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens niet tijdig bezwaar
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok bij besluit van 12 november 2013 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar terecht ontvankelijk en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris het besluit op juiste wijze aan het laatst bekende adres van de vreemdeling had verzonden en dat er geen aanwijzingen waren dat de gemachtigde van de vreemdeling in deze procedure bekend was. De brief van de gemachtigde betrof een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en gaf geen aanleiding om aan te nemen dat hij gemachtigde was in de intrekkingsprocedure.
Daarom was het bezwaar van de vreemdeling te laat ingediend en niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar.