ECLI:NL:RVS:2023:201
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake rijverbod schadevoertuig opgelegd door RDW
Appellant kreeg op 2 december 2014 van de RDW een verbod opgelegd om met zijn voertuig op de weg te rijden na een aanrijding op 30 november 2014. De politie meldde het voertuig als schadevoertuig bij de RDW. Appellant stelde dat hij pas bij een APK-keuring van het rijverbod wist en betwistte de mate van schade.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen het besluit van 30 juni 2020 ontvankelijk en vernietigde het besluit, omdat het bezwaar te laat was ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve de tijdigheid van het bezwaar heeft beoordeeld, wat strijdig is met artikel 8:69 Awb Pro.
De Afdeling beoordeelt inhoudelijk het beroep en concludeert dat de RDW op basis van de politie-melding terecht heeft geoordeeld dat het voertuig een schadevoertuig is dat niet aan de wettelijke eisen voldoet. Appellant kon onvoldoende objectief bewijs leveren om de schadebevindingen te weerleggen.
Daarom verklaart de Afdeling het beroep ongegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en gelast dat appellant het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het rijverbod is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.