ECLI:NL:RVS:2023:1939
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging weigering bewonersvergunning wegens stallingsplaats op oprit
Appellant vroeg een bewonersvergunning aan voor parkeren op een adres in Amsterdam. Het college verleende een tijdelijke vergunning tot 1 juli 2019 vanwege de invoering van betaald parkeren. Daarna werd de vergunning geweigerd omdat appellant beschikte over een stallingsplaats, namelijk een oprit bij zijn woning.
In bezwaar en beroep werd het besluit gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat de oprit planologisch als stallingsplaats bestemd is en dat appellant daarom geen vergunning kan krijgen. Appellant voerde aan dat de oprit niet als parkeervoorziening is bestemd en dat de Parkeerverordening onvoldoende is toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank terecht de oprit als stallingsplaats aanmerkte, mede gelet op het bestemmingsplan Banne Buiksloot II en eerdere jurisprudentie. De uitzondering voor aard- en nagelvaste verbouwingen uit de Parkeerverordening was niet van toepassing omdat de oprit vrijgemaakt moet worden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bewonersvergunning bevestigd.