Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:1904

Raad van State

Datum uitspraak
22 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
202302249/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awbpunt 92 arrest HvJ EU Jawo ECLI:EU:C:2019:218
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens onrechtmatigheid overdracht Italië

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 20 maart 2023 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 april 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.

De kern van het geschil betreft de vraag of de 'circular letter' van de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022 een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel vormt dat het besluit van de staatssecretaris onrechtmatig maakt. De Raad van State verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat er in Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn voor Dublinclaimanten, wat een reëel risico op ernstige materiële deprivatie inhoudt.

De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat Italië nog aan zijn internationale verplichtingen zal voldoen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast. De Raad van State oordeelt dat het besluit van 20 maart 2023 onrechtmatig is, vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het beroep van de vreemdeling toe. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd vanwege het reële risico op materiële deprivatie bij overdracht aan Italië.

Uitspraak

202302249/1/V1.
Datum uitspraak: 22 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 april 2023 in zaak nr. NL23.8513 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.C.M. van der Mark, advocaat te Goes, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       In zijn enige grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de 'circular letter' van de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022 een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel vormt om Dublinclaimanten over te dragen aan Italië en dat dit niet maakt dat het besluit van 20 maart 2023 onrechtmatig is, dan wel dat Italië niet meer de verantwoordelijke lidstaat is.
2.       In de uitspraken van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1654, onder 4.3.2 en 4.3.3, en ECLI:NL:RVS:2023:1655, onder 3.3.2 en 3.3.3, heeft de Afdeling uit de berichtgeving van de Italiaanse autoriteiten afgeleid dat er voor Dublinclaimanten in Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn. Hoewel uit de berichtgeving volgens de Afdeling niet zonder meer volgt dat de Italiaanse autoriteiten onverschillig staan tegenover de situatie van vreemdelingen, bestaat er daarmee een reëel risico dat vreemdelingen buiten hun eigen wil en keuzes om bij overdracht aan Italië terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie, als bedoeld in punt 92 van het arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, Jawo, ECLI:EU:C:2019:218, waardoor zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften, zoals onderdak, eten en stromend water. De staatssecretaris is er vooralsnog niet in geslaagd om in weerwil van de berichtgeving deugdelijk te motiveren dat hij nog altijd van het vermoeden mag uitgaan dat Italië zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen. De Afdeling concludeert daarom dat de staatssecretaris voor Italië onder deze omstandigheden niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan en dat het overdrachtsbesluit dat de staatssecretaris voor de vreemdeling heeft genomen, onrechtmatig is.
3.       De grief slaagt.
4.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het door de vreemdeling tegen het besluit van 20 maart 2023 ingestelde beroep is gegrond. Dat besluit wordt vernietigd. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 april 2023 in zaak nr. NL23.8513;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.     vernietigt het besluit van 20 maart 2023, V-[…];
V.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.511,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Bijloos
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2023
392