ECLI:NL:RVS:2023:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens geluidsoverlast horecabedrijf Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft dwangsommen opgelegd en ingevorderd wegens overschrijding van geluidsnormen door een horecabedrijf aan de Warmoesstraat te Amsterdam. Na klachten over geluidsoverlast voerden toezichthouders controles uit waarbij op 29 juni en 1 december 2020 overschrijdingen van het geluidsniveau werden vastgesteld.
Het horecabedrijf betwistte de overtredingen en stelde dat een nabijgelegen hotel de veroorzaker was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De toezichthouders hadden volgens de Raad op zorgvuldige wijze vastgesteld dat het geluid van het horecabedrijf afkomstig was en niet van het hotel.
Verder stelde het horecabedrijf dat de invordering van de dwangsommen onevenredig was vanwege getroffen voorzieningen en mogelijke nadelige gevolgen voor de exploitatie. De Raad oordeelde dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat geen bijzondere omstandigheden waren om van invordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de dwangsommen terecht zijn ingevorderd wegens overschrijding van geluidsnormen door het horecabedrijf.