ECLI:NL:RVS:2023:1317
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoorplicht in gezinsherenigingszaak
De zaak betreft een Indiase vrouw die via een referent een aanvraag deed voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel gezinshereniging. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden. De staatssecretaris had de vreemdeling niet in de gelegenheid gesteld gehoord te worden over haar bezwaar, terwijl dit wel had moeten gebeuren. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden aan de vreemdeling, inclusief het griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.