ECLI:NL:RVS:2023:1139
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.M.L. Niederer
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs ondanks betwisting huurder
De burgemeester van Leeuwarden heeft bij besluit van 23 juni 2020 de woning van appellant gedurende zes maanden gesloten vanwege de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs tijdens een politieonderzoek naar internationale drugscriminaliteit. Appellant, huurder en bewoner, stelde dat de rechtbank ten onrechte de bevoegdheid tot sluiting had aangenomen en betwistte haar betrokkenheid bij drugshandel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat de aangetroffen hoeveelheden harddrugs ruim boven het criterium van 0,5 gram voor eigen gebruik lagen en daarmee geacht worden bestemd voor handel. De Afdeling onderschrijft de eerdere overwegingen dat de woning een rol vervulde in de keten van drugshandel, mede gelet op de aanwezigheid van middelen om GHB te produceren en een kennis uit een gebruikerskring.
De Afdeling oordeelt verder dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, en dat de periode tussen vondst en sluiting niet onredelijk lang was. Hoewel appellant stelde dat zij niet betrokken was en dat sluiting disproportioneel was, acht de Afdeling de sluiting evenwichtig gelet op haar verantwoordelijkheid als huurder, de verwijtbaarheid en de omstandigheden rondom het vinden van vervangende woonruimte.
De Afdeling concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de sluiting van de woning wordt bevestigd.