ECLI:NL:RVS:2022:967
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning bouw servicegebouw ondanks procedurele bezwaren en belanghebbendheidsdiscussie
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo verleende op 12 februari 2019 een omgevingsvergunning aan Stichting Christelijke Gemeente Nederland (CGN) voor de bouw van een servicegebouw ter ondersteuning van sport en terreinbeheer op een perceel in Almelo. Appellanten stelden bezwaar en beroep in tegen deze vergunning, onder meer vanwege een wijziging in het gebruik van een deel van het gebouw, procedurele fouten bij de vergunningverlening, en de vraag of zij als belanghebbenden konden worden aangemerkt.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wijziging van de aanvraag van kantine naar schuil- en rustmogelijkheid van ondergeschikte aard was en geen nieuwe aanvraag vereiste. Hoewel de rechtbank ten onrechte de uitgebreide voorbereidingsprocedure niet toepaste, leidde dit niet tot benadeling van appellanten, die via de bezwaarprocedure hun belangen konden behartigen.
Verder werd geoordeeld dat appellanten [B], [C], [D] en [E] terecht niet als belanghebbenden zijn aangemerkt, omdat de effecten van het servicegebouw op hun woon- en leefklimaat van onvoldoende betekenis zijn. Ook is het servicegebouw in overeenstemming met het bestemmingsplan "Bavinckel" en is er geen sprake van een horecafunctie die niet is toegestaan. Bezwaren over toepassing van de Wet bibob werden eveneens verworpen. De Afdeling bevestigde daarmee het besluit van de rechtbank en het college, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het servicegebouw wordt bevestigd.