ECLI:NL:RVS:2022:852
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen vergoeding extra uren rechtsbijstand bij huurrechtzaak zonder feitelijke complexiteit
De zaak betreft een verzoek van een advocaat om vergoeding van extra uren rechtsbijstand in een huurrechtzaak waarin de verhuurder de huurovereenkomst ontbond vanwege verblijf van de cliënt in het buitenland. De advocaat voerde een procedure na mislukte minnelijke schikking.
De raad voor rechtsbijstand wees het verzoek om extra uren af omdat geen feitelijke of juridische complexiteit was gebleken. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat er wel sprake was van feitelijke complexiteit vanwege uitvoerige correspondentie, vertaling van medische stukken en contacten met instanties, en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelt de Raad van State dat feitelijke complexiteit objectief moet worden vastgesteld en dat veelvuldige correspondentie op zichzelf niet voldoende is. De werkzaamheden van de advocaat betroffen reguliere taken binnen een huurrechtzaak en waren niet zodanig bewerkelijk dat extra uren gerechtvaardigd zijn. Ook het rapport Andere Tijden leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de advocaat ongegrond. Tevens wordt geoordeeld dat proceskostenvergoeding niet toekomt omdat de zaak niet complex was. Hiermee wordt bevestigd dat het forfaitaire systeem van rechtsbijstand strikt wordt toegepast.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van feitelijke complexiteit.